maandag 13 november 2017

Af en toe een fragment - Ellen Deckwitz

Misschien is dat wel de reden dat we zo lang wachten om de klassiekers tot ons te nemen. We weten van tevoren al dat ze geweldig zijn en dus ook hoe groot de klap zal zijn als je ze eenmaal uit hebt. Daarom voelde ik bij het lezen van Middlemarch na iedere rake regel ook verdriet, omdat ik weer een aantal woorden dichter bij het einde kwam. Dat is het grote probleem met goede boeken: ze verlichten even het duister om ons heen, om ons uiteindelijk toch weer in hetzelfde donker achter te laten, wanhopig tastend naar nieuwe woorden, naar een zin.

Fragment uit Dichter bij Ellen van Ellen Deckwitz in de boekenbijlage van De Morgen.

donderdag 9 november 2017

Boek herlezen: Some Flowers van Vita Sackville-West

Some Flowers
My flowers are mostly (not all) intimate flowers, which gain from being intimately observed; and this can only be done when one can pick up the pot of vase off a table, and stare in the odd moments when one has nothing else to do. Vita Sackville-West
*

Wat gebeurt er met het oeuvre van een schrijver na zijn overlijden? Sommige boeken overleven hem en gaan ook na zijn dood vlotjes over de toonbank. Maar dat geldt lang niet altijd voor elke schrijver of voor elk boek. Welk lot een oeuvre is beschoren, ligt in de eerste plaats in de handen van uitgeverijen en lezers. Een boek moet beschikbaar zijn en moet worden verkocht en vooral gelezen. Elke auteur zal, terugblikkend op zijn carrière, titels kunnen aanwijzen waarvan hij vindt dat ze tot de beste van zijn oeuvre behoren. Lezers laten zich niet zomaar iets voorschrijven en bezorgen soms, eigenwijs als ze zijn, andere titels eeuwigheidswaarde. Het is met de literatuur niet anders dan met geld of eigendommen. Na zijn overlijden heeft een schrijver er niets meer over te zeggen.

Neem nu het oeuvre van de Britse schrijfster Vita Sackville-West,  overleden in 1962. In Groot-Brittannië is haar werk nog steeds vlot verkrijgbaar. Nederlandse vertalingen van haar romans en dichtbundels zijn nergens meer te vinden. Enkel In de tuin, een selectie uit haar tuincolumns, biedt uitgeverij Cossee nog te koop aan. In België en Nederland wordt ze enkel als tuinschrijfster herinnerd. In haar thuisland is het, ondanks de ruime beschikbaarheid, niet anders. Sackville-West, tijdens haar leven voortdurend op zoek naar erkenning voor haar verhalen en gedichten, had het zich zelf vermoedelijk anders voorgesteld.

Tigridias
Tigridias
Painter’s flowers
Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat Sackville-West,  een vrouw van aristocratische komaf, over de natuur schrijft. In haar columns kan ze niet alleen lyrisch van bloemen worden, ze weet ook perfect hoe je ze kweekt, van zaadje tot bloeiende plant. Uit haar omschrijvingen blijkt ook dat ze niet bang is om met de handen in de aarde te zitten. En dat hoeft uiteindelijk niet te verbazen als je weet dat ze in 1930, samen met haar echtgenoot, eigenaar wordt van Sissinghurst Castle, een landgoed in het graafschap Kent. Het koppel herstelt de gebouwen en tovert de wildernis rond het kasteel om tot een goed onderhouden tuin. Hij ontwerpt de structuur, zij neemt de aanplanting voor haar rekening. Dankzij hun inzet groeit het landgoed uit tot een van de belangrijkste trekpleisters in Groot-Brittannië.

Kort na de Tweede Wereldoorlog start Sackville-West met een wekelijks tuincolumn voor de zondagskrant The Observer. Ze zal het vijftien jaren volhouden. De kiem voor de columns zaait ze tien jaar eerder met de publicatie van Some Flowers, een boekje waarin ze over haar vijfentwintig favoriete bloemen vertelt. Stuk voor stuk planten waarvan ze de vorm, kleur, tekening en textuur apprecieert. Ze omschrijft ze als ‘painter’s flowers’ – bloemen die schilders in vervoering brengen of in vervoering zouden moeten brengen. Ze beschrijft elke bloem op twee, maximum drie pagina’s. Haar teksten worden, soms tot haar eigen frustratie, met zwart-witfoto’s geïllustreerd. Ze laat niet na de lezer erop te wijzen dat de foto’s geen recht doen aan de werkelijke schoonheid van de planten.

Verbascum
Kleuterjuffen en kolonels
‘Het is erg moeilijk over bloemen te schrijven,’ zegt Sackville-West in het voorwoord van Some Flowers. Ze ergert zich blauw aan de sentimentele woordenschat die haar tijdgenoten gebruiken zodra ze de kleur en geur van planten beschrijven. Ze klinken als kleuterjuffen die een stel ondeugende kinderen in toom trachten te houden Ze neemt zich voor het zelf anders aan te pakken. Schrijven over bloemen, dat wil ze, zonder poespas.

Als ik de huidige tuinliteratuur erop nasla, precies tachtig jaar na de publicatie van Some Flowers, bots ik op hetzelfde probleem als Sackville-West. In de tuinschrijverij zijn er nog steeds kinderjuffen aan het werk. Hun zeemzoete columns worden afgewisseld met gortdroge how-to’s. In zulke stukken spreekt een auteur tegen bloemen zoals een kolonel tegen een nieuwe lichting soldaten. Het ontbreekt de meeste teksten over tuinen aan een literaire insteek, aan verbeeldingskracht.

Over de Madonnalelie
De Madonnalelie
Kleuterjuffen en kolonels dichten zichzelf een onmisbare rol in de tuin toe. Planten groeien dankzij of voor hen. Niets is minder waar. Bloemen bloeien omdat dat nu eenmaal is wat bloemen doen. Hun voortbestaan, hun nalatenschap zo je wilt, hangt ervan af. In het beste geval helpt de mens een handje. Sackville-West behandelt haar bloemen niet als kleuters of soldaten, maar als volwassenen. Wat geldt voor mensen, geldt ook voor planten: ze hebben een eigen karakter en geheimen. Sommige kunnen het prima met elkaar vinden, terwijl andere hun buurman of -vrouw geen zonlicht gunnen.

Sackville-West spreekt haar lezers rechtstreeks aan – nuchter, gemeend en gedistingeerd. Tegelijkertijd durft ze grappig uit de hoek te komen en geeft ze zich zonder gêne over aan dagdromen over haar ideale tuin. Ze is de eerste om advies te geven, maar ook de eerste om haar eigen tips in de wind te slaan. Ze is de eerste om advies van anderen aan te nemen, ook al spreken sommige tuinkenners elkaar tegen. De Madonnalelie blijkt in haar handen een verloren zaak. Welke tip ze ook volgt, in de grond van Sissinghurst schiet de lelie nooit wortel.

Rosa gallica
Een blik op een bloem
In 2014 wordt Some Flowers opnieuw uitgegeven. De uitgeverij vervangt de foto’s uit de oorspronkelijke editie met aquarellen van Graham Rust, een Britse kunstenaar bekend voor zijn muur- en plafondschilderingen. Zijn elegante en levendige illustraties sluiten perfect aan bij de geraffineerde schrijfstijl van Sackville-West. Voor het eerst maakt Some Flowers niet alleen met woorden, maar ook met beelden duidelijk waarom de vijfentwintig bloemen door de schrijfster als ‘painter’s flowers’ worden omschreven. Wie de nieuwe uitgave leest, ondergaat dezelfde sensatie als tijdens het kijken naar een geslaagd stilleven: je blik op bloemen verandert. Je denkt te weten hoe bijvoorbeeld een roos eruitziet, maar het kunstwerk – of het nu een boek is of een schilderij – doet je beseffen dat je nooit echt goed naar de vorm, kleur, tekening en textuur hebt gekeken. Je blik op de roos wordt als het ware verdiept.

Vita Sackville-West mag tijdens haar leven andere wensen hebben gekoesterd, het publiek heeft beslist de bloemen uit haar nalatenschap te plukken. Zoals het publiek dat ook met het werk van sommige kunstschilders heeft gedaan. Denk maar aan de waterlelies van Claude Monet of de zonnebloemen van Vincent Van Gogh. Sackville-West vertoeft met andere woorden in een select gezelschap. Daarenboven is Some Flowers meer dan alleen een boek, het is een gids voor het beheer en de ontwikkeling van Sissinghurst. Tegelijkertijd kun je het boek beschouwen als een Sissinghurst in zakformaat voor wie niet het geluk heeft in de buurt van het landgoed te wonen. Some Flowers is de nalatenschap van Vita Sackville-West. Een nalatenschap samengevat op 114 prachtige pagina’s.

dinsdag 7 november 2017

Af en toe een fragment - Etty Hillesum

De realiteit is voor mij eigenlijk helemaal niet reëel en daarom kan ik niet tot daden komen, omdat ik daar het gewicht en de portee nooit van snap. Een enkele regel van Rilke is voor mij iets reëlers dan bijvoorbeeld een verhuizing of zo. Ik moet m'n leven lang maar aan een bureau blijven zitten. Toch geloof ik ook niet, dat ik een verdroomde idioot ben. De werkelijkheid interesseert me beestachtig erg, maar vanachter m'n bureau, niet om er in te leven en te handelen. Om mensen en ideeën te begrijpen moet je ook de werkelijke wereld en achtergronden kennen, waarbinnen alles leeft en gegroeid is.

Fragment uit Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941 - 1943 van Etty Hillesum.

vrijdag 3 november 2017

Vind ik leuk - 5 stukken over poëzie

Het internet bulkt van de goede teksten over poëzie. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.

1. Masterclass poëzie lezen met Anne Vegter
Poetry International
Korte inhoud: Een gebruiksaanwijzing voor het lezen van poëzie. 

Waarom: Poëzie is moeilijk, lastig of onbegrijpelijk, toch? Welnee, zegt dichteres Anne Vegter. Je moet er gewoon aan beginnen. Aan de hand van het werk van Els Moors, Mustapha Stitou en H.H. ter Balkt laat Vegter zien dat het lezen van gedichten geen verplicht en onaangenaam nummertje is, maar een plezier. De masterclass kaderde in het project HALLO GEDICHT!, een initiatief dat Vegter als Dichteres des Vaderlands nam om poëzie en potentiële lezers dichter bij elkaar te brengen. 

Welk citaat moet je onthouden: Voor het lezen van gedichten is geen specifieke methode voorradig.

Wie: Anne Vegter, een Nederlandse schrijfster van poëzie, proza, toneel en kinderboeken. 

Site: Het YouTube-kanaal van Poetry International, een organisatie die op internationaal niveau poëzie promoot. 


2. Understanding Poetry is more straightforward than you think
The New York Times
Korte inhoud: Poëzie leer je appreciëren door een gedicht te verkennen, één woord per keer.

Waarom: Herinner jij je nog die verschrikkelijke lessen poëzie op school waarin een gedicht kapot werd geanalyseerd? Ook Matthew Zapruder hield aan die aanpak een klein trauma over. Volgens hem leer je een gedicht pas echt lezen en appreciëren door het woord per woord te verkennen. Poëzie lezen heeft volgens hem niets te maken met het uit het hoofd leren van voorgekauwde interpretaties. Poëzie draait om de ontdekking van de mogelijkheden van de taal.

Welk citaat moet je onthouden: By being placed into the machine of a poem, language can become alive again. 

Wie: Matthew Zapruder, een Amerikaanse dichter en schrijfdocent.  

Site: The New York Times, een van de grootste Amerikaanse dagbladen wereldwijd.

Ga naar het stuk

3. Over het belang van poëzie. Nu.
Mo
Korte inhoud: De dichter is een ketter. 

Waarom: In 2015 greep Geert Van Istendaele de publicatie van zijn dichtbundel aan om een polemiek over het belang van poëzie te schrijven. Nu, twee jaar later, blijkt het stuk nog steeds actueel. Reden genoeg om het terug op te vissen. In een wereld waar beurskoersen als bijbelteksten worden gelezen, wint poëzie aan belang. Het gedicht - dat weerloze ding dat geen euro winst draait - is een daad van verzet, een tegenstem, een tegenspraak tegen de economen die met cijfers iedereen het zwijgen opleggen. 

Welk citaat moet je onthouden: Het woord van de dichter is een vloek in de heilige kerk van de hedendaagse economie. 

Wie: Geert Van Istendael, een Belgische journalist en schrijver. 

Site: Mo, een Belgisch tijdschrift over internationaal nieuws met een focus op ontwikkelingssamenwerking en andersglobalisme. 

Ga naar het stuk

4. Waarom we poëzie haten
Vrij Nederland
Korte inhoud: Gedichten schrijven en lezen is een frustrerende bezigheid. 

Waarom: In 2016 publiceerde de Amerikaanse schrijver Ben Lerner het pamflet Waarom we poëzie haten. Lerner zegt dat poëziehaat een kenmerk van poëzieliefhebbers is en niet, zoals je op het eerste gezicht zou denken, van mensen die gedichten als een nutteloos tijdverdrijf beschouwen. De Nederlandse auteur Rob Schouten sluit zich bij het pamflet aan. Hoe hard de dichter ook probeert, het perfecte gedicht schrijven blijkt een onmogelijke opdracht. Net daarom koestert hij een haat tegenover de poëzie. Die haat gaat evenwel hand in hand met de liefde voor het genre.

Welk citaat moet je onthouden: Lerner noemt de dichter een tragisch figuur en het gedicht het verslag van een mislukking. 

Wie: Rob Schouten, een Nederlandse schrijver van poëzie, proza, kritieken en columns. 

Site: Vrij Nederland, een blad en een site over Nederland en de wereld, politiek en maatschappij, kunst en cultuur, economie en duurzaamheid, techniek en filosofie.

Ga naar het stuk

5. Ben Lerner on why so many People (rightfully) hate Poetry
Literary Hub
Korte inhoud: Een interview met Ben Lerner over zijn pamflet Waarom we poëzie haten.

Waarom: Na een stuk over Waarom we poëzie haten, is het tijd om Ben Lerner zelf aan het woord te laten. De titel van zijn pamflet maakte veel reacties los, en daar was het hem nu net om te doen.  De poëzie wordt om de zoveel tijd dood verklaard, maar toch blijft het genre mensen en pennen beroeren. Haat en liefde ziet Lerner als twee kanten van dezelfde medaille. Zolang je gedichten haat, zul je er ook van kunnen houden.

Welk citaat moet je onthouden: Is the greatest poem no poem? 

Wie: Cody Delistraty, een redacteur en schrijver van kritieken, profielen en essays.  

Site: Literary Hub, een site die de beste teksten bundelt die online over literatuur verschijnen.

maandag 23 oktober 2017

Magazine gelezen: Monocle

Monocle Work-Life-Balance Special
In 2017 bestaat Monocle exact tien jaar. Sinds de begindagen scoort het magazine met artikels over business en lifestyle. Doorheen de jaren groeide het uit tot een merk. Monocle opende winkels en koffiebars, gaf boeken en gelegenheidspublicaties uit, organiseerde conferenties over levenskwaliteit en gooide radiostations in de ether. En dan heb ik het nog niet gehad over Tyler Brûlé, de excentrieke hoofdredacteur.

Het polshorloge van de Monocle-man
De eerste indruk van Monocle is er knal op: het septembernummer heeft een knappe, glimmende cover en binnenin dikke, zachtwitte pagina’s. Het ligt lekker in de hand en het ziet er goed uit. Desalniettemin vraag ik me af: is Monocle iets voor mij? De eerste pagina’s, met reclame voor dure polshorloges, doen me denken van niet. Ik heb in mijn 34-jarige leven ooit één keer een polshorloge gekocht. Een lastig ding aan mijn arm, vond ik toen. Na ettelijke jaren in een lade op mijn slaapkamer belandde het in een doos voor de kringwinkel.

De look van hoofdredacteur Tyler Brûlé en de reclame in Monocle bevestigen mijn eerste indruk: ik behoor niet tot de doelgroep van het magazine. De Monocle-man heeft niet alleen een voorliefde voor polshorloges, hij is ook casual chic gekleed, draagt een stoppelbaard en neemt meermaals per week het vliegtuig voor zijn job. Ik heb geen polshorloge, draag kleren met gaten, ben meestal gladgeschoren en neem de trein naar het werk.

Monocle
Reclame voor polshorloges van Louis Vuitton
Een blik op de wereld
Monocle houdt de ogen en de oren open voor wat er in de wereld gebeurt. Die missie maakt het magazine helemaal waar. De artikels en interviews worden door verschillende journalisten geschreven, verspreid over de hele wereld. De redactie bewaart een goed evenwicht tussen stukken over grote en kleine bedrijven en laat mannen en vrouwen in gelijke mate aan het woord.

In het septembernummer lees ik artikels over een groep designers in Indonesië, over de fabrikant van neonletters op de gebouwen aan de waterkant in Zwitserland en over de strijd van de oppositie in Venezuela. Het nummer bevat ook interviews met Adam Bodnar, Commissaris van Mensenrechten in Polen, met Nancy Pelosi, de fractieleidster van de Democraten in Amerika en met Håkan Samuelsson, de topman van Volvo in Zweden.

Monocle
Artikel over Force Promotion, fabrikant van neonletters
De kunst van het falen
Monocle behandelt een gevarieerde en verrassende waaier aan onderwerpen, met een voorliefde voor succesverhalen. Wie een uurtje in het magazine bladert, krijgt zin om een eigen bedrijf op te zetten. Monocle weet lezers te inspireren, maar af en toe mis ik een tegengewicht bij dat ongebreidelde optimisme en geloof in eigen kunnen.  

Hoe zit het met falen? Dat onderwerp duikt slechts één keer in het septembernummer op, in een artikel over het Centro Directionale di Napoli. Het Centro moest een bruisend zakendistrict in Napels worden. Helaas, het project flopte. De skyline van glas herbergt vooral lege en verlaten kantoorgebouwen. Wat doe je met een project dat te duur is om neer te gooien en te groot om planten over te laten groeien? Winst is voorlopig geen doel. Nieuwe mensen en ideeën dienen zich nu aan om het Centro nieuw leven in te blazen. En dan wordt het pas echt interessant.

Artikel over het Centro Directionale di Napoli 
Cocktails in Lima
Monocle is op z’n best als het de lezer inspireert met verrassende en onderbelichte onderwerpen. En daar slaagt het magazine regelmatig in. De thema’s zijn erg uiteenlopend. Desalniettemin ervaar ik Monocle als een geheel omdat de missie – de blik op de wereld – in elk stuk duidelijk naar voren komt. De aantrekkelijke en overzichtelijke lay-out zorgt voor een herkenbare structuur en een gelikte look, en dat laatste is meteen ook de grootste zwakte van het blad. Als lezer voel je dat Monocle ontzettend hard probeert een bepaald imago neer te zetten en een bepaalde levensstijl voor te schrijven.

Monocle adviseert niet alleen hoe ik mijn zaken het beste aanpak, maar ook hoe ik me moet kleden, naar welke muziek ik moet luisteren, welke boeken ik moet kopen en welke bars ik wereldwijd moet frequenteren. Laat ik eerlijk zijn met mezelf: de kans dat ik ooit een daiquiri zal drinken in Barra 55, de favoriete cocktailbar van de Monocle-redactie in Lima, is bijzonder klein. Het zal wel aan mij liggen en aan mijn chronisch gebrek aan ambitie en polshorloges.

Monocle
Foto van het kantoor van modeontwerper Dries Van Noten 
De waan van de dag
Monocle kan me vaak bekoren en inspireren. Wie kan er tegen artikels zijn over vakmanschap en goed gemaakte, tijdloze producten? Daarenboven apprecieer ik een tijdschrift dat gelooft in print én kritisch naar de sociale media durft te kijken. Monocle verkoopt van elk nummer 81 000 gedrukte exemplaren en heeft een betaalmuur op de site. Het magazine heeft geen Facebook- of Twitterprofiel.

Het afzweren van sociale media past perfect bij het imago van de Monocle-man. Hij leest een Monocle op papier omdat het een statussymbool is. Op een iPad ziet immers niemand welk tijdschrift hij in handen heeft. Hij heeft geen Facebookaccount omdat hij boven de waan van de dag wil staan. Is dat wat Monocle werkelijk wil of is het slechts een pose? Een beetje van de twee, laat het me daarop houden. Je maakt me niet wijs dat Tyler Brûlé niet weet hoe vaak Monocle op de sociale media wordt genoemd.

Titel – Monocle
Uitgeverij – Wikontent Limited
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 10 keer/jaar
Pagina's – 210
Prijs – 11 euro